Waar let ik op tijdens het vissen op barbeel?

 

ken je materiaal, dan weet je ook je grenzen.

 

Zoals ik in een vorig artikel schreef allereerst op de stroming van het water. De zogenaamde barbeelzone opzoeken. Een barbeel houdt zich het liefst op in de zone waar twee stroomsnelheden elkaar raken. In de wrijving die ontstaat komt zuurstof. Deze strook is altijd herkenbaar aan de luchtbellen die op het water drijven. Dit vaak vrij brede spoor is op elek rivier met barbeel duidelijk zichtbaar. In die strook kun je ten alee tijden barbeel verwachten. Als je deze gevonden hebt ( op de kop van een krib aan de Waal) dan ga je weer een stap verder.

Alle lijn die je geeft om op je visplek te komen, geeft weerstand in het water. Hoe groter de druk des te groter de weerstand op de lijn. Om nu zoveel mogelijk weerstand te verkleinen, zet ik de hengel zo recht mogelijk omhoog. Dit kan door je hengel tussen de stenen te klemmen van de krib. Nadeel hiervan is, om je hengel goed recht op te houden, moet je vaak de hengel goed klemmen tussen de stenen. Er komt ook een hele druk op de hengel te staan. En dat klemmen kan er nu dan ook net voor zorgen dat je te laat komt met aanslaan. Vis ik vanaf de oever dan steun ik de hengel zo af dat de lijn het minste weerstand heeft. Schuin met de stroming mee en zeker een meter of 20 van me af.

 

hoog afsteunen, geeft minder lijndruk

 

Daarom maak ik altijd gebruik van een stevige driepoot als hengelsteun. Deze driepoot zet ik altijd zo uit elkaar dat hij zo hoog mogelijk af te stellen is. De hengel zet ik hier zo recht als mogelijk tegenaan. Op deze manier wordt het punt waar de lijn in het water komt en de top van de hengel zo groot mogelijk. Ik maak op deze manier de lijn zo kort mogelijk tussen aas en wateroppervlakte. Hoe korter deze lijn in het water is, des te minder water er tegen de lijn kan drukken. Oftewel creëer ik minder weerstand. En vis schrikt van elke weerstand. Zo ook barbeel dus. Daarom is het ook van belang om zo dun als mogelijk is te vissen. Ook hier geldt hoe dunner, hoe minder de weerstand. En daar wil ik toch naar toe tijdens een visdag. De weerstand zo klein mogelijk maken en tevens mijn mogelijkheden met materiaal zo optimaal mogelijk te benutten. Zo kan ik met mijn Shimano Catana barbel dunnere onderlijnen gebruiken in combinatie met mijn feedertoppen..

Shimano classic barbel i.c.m. 18/00 geeft topsport!!

 

De slip van mijn molen behoort hier ook bij. Door deze niet te strak af te stellen geef ik mijn aangeslagen barbeel de kans om bij een explosieve run extra lijn te nemen. Staat mijn slip op dat moment te strak, dan kan dit lijnbreuk opleveren. Daarom is het niet aan te raden om tijdens het vissen op barbeel je lijnclip te gebruiken. Bij het witvissen is het belangrijk om steeds op dezelfde plek te gooien omdat anders je voerplek te groot wordt. Bij het barbelen dat helemaal niet van belang. Door eens een keer op een andere plek te gooien kan alleen maar ten goede komen. Zeker als je vist op de Waal, valt het toch niet mee om een echt voerspoor te maken. Op de IJssel en de Grensmaas kan dat wel. Met een goed referentiepunt tijdens het inwerpen mis je de lijnclip na een paar worpen al niet meer. Ik vis meestal met twee hengels, en op beide heb ik een Shimano baitrunner 6000 zitten. Vanwaar mijn keuze voor een baitrunner. Wel om de volgende reden. Molens met een baitrunner hebben als het ware twee slipafstellingen. Eentje zoals elke molen heeft, en één die je nog als extra slip kunt gebruiken bij je aanbeet. Vandaar ook de naam baitrunner.

1 gewone knop afstelling slip

2 extra slipafstelling voor baitrunner

3 hendel baitrunner

 

Door een hendel omhoog te zetten, zet je de tweede slip in werking. Deze tweede slip stel ik zo af dat als mijn lijn onder druk komt te staan hij langzaam afgaat. Op deze manier kan mijn montage een beetje met de stroom meegetrokken worden. Krijg ik in die fase een aanbeet, meestal een run, dan heeft de barbeel ook de ruimte om lijn mee te nemen. Op het moment dat ik de hengel pak met een licht slaande beweging, slaat de hendel meteen naar beneden, en gaat de molen over naar mijn drilafstelling. Een hele fijne manier van vissen is dit, en ook een veilige manier.

Dat het vissen op de Waal een andere aanpak vergt dan op onze andere Nederlandse barbeelrivieren heb ik al vaak benadrukt. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen, verkijk je daar niet op. Daarom kijk ik voordat ik mijn steun plaats, eerst naar een geschikte landingsplaats tijdens het scheppen. Door de drukke golfslag veroorzaakt door de scheepvaart zijn de laatste twee meter van de basaltblokken altijd nat, en dus superglad. Een schepnetsteel van minimaal drie meter is dan ook geen overbodige luxe.

een lange steel is belangrijk...

 

Heb je die niet, dan zul je korter naar de waterkant moeten komen om de barbeel toch goed te kunnen landen. Daarom kijk ik eerst goed naar een plek waar ik de barbeel redelijk veilig kan scheppen. Ook al heb ik een lange schepnetsteel, dan nog kijk ik naar een redelijk recht stuk waar ik veilig kan staan. Op de meeste kribben hebben witvissers een meter of 15 uit de kop een vlak stukje gecreëerd. Van die vlakke stukken maak ik meestal ook gebruik tijdens het scheppen. Mijn schepnet leg ik dan ook altijd bij zo'n plek neer. Niet alleen voor de veilige kant van het verhaal, maar ook om het feit dat als ik een 15 tal meters van de kop van de krib wegloop de barbeel minder snel terug in de hoofdstroom kan komen tijdens de dril. Barbelen blijven tot het uiterste vechten om te kunnen ontsnappen. Als ze een run kunnen nemen zal die altijd richting hoofdstroom zijn, en ook nog eens naar de stenen als ze de kans krijgen. Daarom is het ook zo fijn om met een baitrunner te werken. De drilslip afstelling vergt een andere dan die waardoor het aas kan blijven rollen.

 

goed en stevig staan ook.

 

Het terugzetten van een barbeel aan de Waal kan dan ook het beste gebeuren via het schepnet. In het begin wilde ik het steeds doen via mijn handen, maar de veelal grote golfslagen maakte dit onmogelijk. Dat ik zelf nat werd was geen probleem, maar de gladde vis was niet te houden. Zelf kun je niet snel reageren omdat de omgeving spiegelglad is, en als de barbeel te vroeg los gelaten wordt is de kans groot dat hij op zijn rug blijft drijven. Voor zijn onderstaande bek is dit funest. Daarom stapte ik al snel over naar een andere methode. Het vergt een beetje techniek, maar die heb ik nu goed onder controle. Het enigste waar ik goed op moet letten, is de verandering van stroming. Door meteen alert mijn schepnetsteel tegen de stroom in te duwen, kan ik zodoende de barbeel veilig in mijn net houden. De barbeel kan ik zodoende ook minimaal één meter onder water houden, waardoor hij weer snel kan herstellen. Als ik de barbeel met zijn snuit tegen het net voel bonken, weet ik dat het tijd is om hem vrij te laten.

Dit had ik vlug afgeleerd...

 

Deze manier is veiliger voor visser en vis!

 

 

een onthakingsmat mag niet ontbreken.

 

Zomaar enkele kleine puntjes, die een visdag kunnen maken of breken. Kennis van je materiaal is daarom uiterst belangrijk. Wat kan ik ermee? Wat is de grens? Waar wil ik mee vissen. En ook belangrijk wat kan ik verwachten. In iets meer dan twee jaar vang ik ruim over de 600 barbelen. Van 18 tot 84 cm . Met een dikke gecoate onderlijn, tot een nylononderlijn van 18/00.

Één ding is zeker, een goede visdag begint thuis. Zorg dat je materiaal in orde is. Dan is je visdag al voor 75% geslaagd. En bedenků.barbelen is niet te vergelijken met witvissen!! Barbeel is de sportvis bij uitstek. Pas als je er één gevangen hebt weet je wat ik bedoel. Ik kan nog zo benadrukken dat het fantastisch is, je weet het pas als je het beleefd hebt wat ik bedoel!

 

Prachtige barbeel, hier ga je voor...

 

Let bij het fotograveren op de achtergrond en het plaatje is compleet!!