Voor wedstrijdvissers met de IJssel als thuiswater, is het vangen van barbeel al lang geen uitzondering meer. Niet zelden vormen barbelen zelfs aantrekkelijke bonusvissen tijdens wedstrijden, vooral wanneer de overige witvis het laat afweten.
Maar is het wel een goed idee, om een barbeel te beschouwen als een wedstrijdvis? Jan Willem Nijkamp en Frans Vogels namen de proef op de som. Samen onderzochten ze de ‘stressbestendigheid' van barbelen.

Voor verstokte wedstrijdvisser Jan Willem was het wel even schrikken toen er stemmen opgingen om de barbeel uit het leefnet te houden tijdens wedstrijden. “Ik zag onze wedstrijden al in duigen vallen” , zegt hij. “Er werd beweerd dat de barbeel een tijdelijk verblijf in een leefnet niet zou overleven.
Deze mening deel ik zeer zeker niet. Persoonlijk denk ik dat er voorbarige conclusies zijn getrokken in het nadeel van de wedstrijdvisserij. Het valt niet te ontkennen dat je een barbeel niet zomaar moet teruggooien wanneer je deze na een stevige dril hebt gevangen.


Vissen die ik tijdens een wedstrijd enige tijd in mijn net heb gehad, hebben echter de gelegenheid gehad om bij te komen.


"Beter is het de vis eerste even te laten bijkomen alvorens hem weer los te laten. Een uitgeputte barbeel draait op zijn rug. Dan is het maar de vraag of hij het overleeft. Vissen die ik tijdens een wedstrijd enige tijd in mijn net heb gehad, hebben echter de gelegenheid gehad om bij te komen. Na het legen van het net, schieten deze vissen dan ook meteen terug de diepte in. Niets wijst erop dat ze schade hebben opgelopen door hun tijdelijke gevangenschap.”

Leefnetcode


Om barbelen verantwoord te kunnen bewaren moet je een aantal zaken in ogenschouw nemen, vindt Jan Willem. “Ten eerste heb je een ruim en lang net nodig. Iedere wedstrijdvisser zou sowieso alleen maar grote netten moeten gebruiken. De investering in een goed net staat niet in verhouding tot het geld dat we uitgeven aan hengels en andere zaken."


Ruime leefnetten zijn absoluut een vereiste!



"Ten tweede moet je het net gestrekt en stevig verankeren. Dit kan heel eenvoudig door een plastic zak gevuld met stenen onder aan het net aan de buitenzijde te bevestigen. Nooit stenen in het net stoppen, hiermee beschadig je de vis. Met de verzwaring aan het uiteinde ligt het net altijd rustig en gestrekt in het water, ondanks wisselende stroming en passerende scheepvaart.

Mocht je na afloop van een visdag vastzitten met je net, dan is het een kwestie van een keertje flink trekken en de plastic zak scheurt open en de stenen blijven in het water liggen. De kapotte tas zit echter nog steeds aan je net. Er ligt dus geen afval in het water. Tijdens onze wedstrijden zien wij streng toe op een correct gebruik van leefnetten. Overtredingen leiden onmiddellijk tot diskwalificatie.

Barbelen hebben een scherpe stekelstraal in hun rugvin. Deze wil nog wel eens in de mazen van een net blijven haken. Een fijnmazig net voorkomt dit. Dit is echter geen goede optie voor een rivier. De kleine mazen laten de stroming van het water niet door. Het net wordt dan als het ware uit het water geduwd.

De beste oplossing voor het probleem met de rugvinnen zijn grofmazige netten met een rubber coating. Zelf gebruik ik al enige tijd de riviernetten van Preston Innovations. Ik heb nog niet meegemaakt dat er een barbeel in de mazen van dat net is blijven hangen. Wat mij betreft is dit probleem dus opgelost."


De proef op de som…



"Terwijl de barbeel in ons land voor veel vissers nog relatief nieuw is, zijn ze in Engeland al een paar stappen verder. Naast karper wordt er op steeds meer commerciële putten ook barbeel uitgezet. Op deze stilstaande wateren groeien barbelen prima.

Ze vormen een goede afwisseling tijdens wedstrijden. Ook hier worden de vissen bewaard in netten en lijken ze daar geen hinder van te ondervinden. Ik hoop daarom niet dat er in ons land een verbod komt op het bewaren van barbeel in een net tijdens wedstrijden. Mits op de juiste wijze gebruikt, hoeft een leefnet geen nadelige gevolgen te hebben voor barbelen of voor welke vis dan ook.”

Dode barbelen


Via diverse emails kreeg Frans vooral vanaf de IJssel meldingen van sportvissers die daar op zondag of maandag hadden gevist en dode barbelen hadden waargenomen. “De beschuldigende vinger ging al snel naar de wedstrijdvissers, die daar voordien hadden gevist” , vertelt Frans. “ De barbelen zouden niet goed kunnen herstellen in een leefnet."

De scherpe stekelstraal van de rugvin kan het netwerk beschadigen.



"Ook zouden ze vaak met hun eerste rugvin in de mazen van het nylon leefnet blijven haken. Terecht of onterecht? Dit negatieve aspect is volgens mij nog onvoldoende onderzocht.” Kort nadat Frans hierop inging op zijn website, nam JanWillem Nijkamp contact met hem op.

Hij was niet de enige wedstrijdvisser die het tegendeel wilde bewijzen. Omdat Frans en JanWillem beiden regelmatig artikelen aanleveren voor dit hengelsportmagazine, maakten ze een afspraak om samen te vissen en hun bevindingen uit te dragen. 

Ook zouden ze vaak met hun eerste rugvin in de mazen van het nylon leefnet blijven haken. Terecht of onterecht?

Inmiddels hebben zijn in juni j.l. een dag op de IJssel bij Voorst gevist. “Die dag vingen we samen een stuk of veertig vissen, waaronder zes barbelen” , zegt Jan Willem. “Aan het einde van de dag leegden we het net. Frans was benieuwd hoe de barbelen zouden reageren wanneer de vissen hun vrijheid terugkregen."

In het begin las ik alles wat ik kon vinden over de barbeel. Ik las veel Engelstalige literatuur, maar zeker ook wat er in Nederland over werd geschreven. Al is die Nederlandse literatuur wel flink gedateerd. Uiteindelijk leer je echter nergens zo veel als aan de waterkant zelf, in de hardektijk."


Het kan beslist, als de visser maar goed oplet!

"We kunnen deze enorme krachpatser sinds enkele jaren weer volop vangen op de grote en minder grote stromende rivieren. In bijna al mijn eerdere artikelen schreef ik bijna uitsluitend over de grote klappen die je op de top zag, of de hengel die ineens uit het niets werd kromgetrokken met een gierende slip als gevolg. Als sportvisser wil je dit meemaken. Zo togen er de laatste jaren steeds meer vissers naar de rivieren, op zoek naar hun eerste barbeel."


Frans doet het zo!



"Al heel snel werd me duidelijk dat de barbeel een sportvis is die zich tijdens de dril hevig verzet en zich helemaal geeft. Ik stemde mijn materiaal daar dan ook op af. Toch was voor mij de verleiding groot om tijdens loze uren als de beet wegviel, over te gaan op dunnere onderlijnen en andere aassoorten. Ik ben nu volledig omgeschakeld en weet nu dat op de momenten dat ik geen beet krijg, er waarschijnlijk geen vis in de buurt is. Mijn onderlijn is nooit meer dunner dan 25/00. Standaard begin ik zelfs met 31/00."

"Daar wijk ik nog maar zelden vanaf. In mijn vangstaantallen merk ik geen verschil. Ik weet nu bijna zeker dat ik een gehaakte barbeel kan binnenhalen zonder dat de dril onnodig lang duurt. Ik voorkom zo ook dat ik de barbeel beschadig, bijvoorbeeld door de lip in te scheuren.”

“Met het wedstrijdverleden van mij als bagage weet ik nog hoe het er een jaar of twintig geleden aan toeging”, vervolgt Frans. “In de huidige visserij is er veel veranderd op het gebied van het verantwoord bewaren van de vis. Ik gebruikte toen slechts één leefnet.


De meeste moderne leefnetten zijn bovendien voorzien van een gladde coating.


"Tegenwoordig is het normaal dat wanneer je verwacht veel vis te vangen, je voor het vissen minimaal drie leefnetten uitgooit. Ook voor de diameter en de lengte van de leefnetten gelden tegenwoordig regels in de wedstrijdwereld. De meeste moderne leefnetten zijn bovendien voorzien van een gladde coating. Op stromende rivieren moeten de leefnetten aan de onderkant zijn verzwaard, zodat ze goed gestrekt blijven liggen in de stroming. Dit zijn allemaal positieve veranderingen die het welzijn van de witvis en ook van de barbeel ten goede komen."


Gecoate netten voldoen prima.



"Als barbeelvisser laat ik de gehaakte barbeel na het landen eerst een minuutje bijkomen in het water. Daarna onthaak ik de vis. In mijn eerste jaren werden alle barbelen gemeten en als ik dat nodig vond, ook gewogen. Sinds eind 2009 laat ik dit helemaal achterwege. Ik meet en weeg nu alleen nog de extreem grote barbelen. Af en toe neem ik nog wel foto's voor de diverse artikelen.

Bij het meten en wegen ligt de barbeel altijd op een natte onthakingsmat en let ik erop dat de vis zo kort mogelijk uit het water blijft. Tegenwoordig komen door mij gevangen barbelen alleen uit het water als ik ze onthaak. Als ik op de Waal vis, dan laat ik de barbeel eerst herstellen in het gecoat landingsnet, dat ik vervolgens gecontroleerd onder water duw. Zodra ik de barbeel voel bonken is dat voor mij het teken dat hij is hersteld en kan worden vrijgelaten."

"Op alle andere rivieren zet ik de barbeel met de hand terug. Soms word ik nog wel eens verrast en duurt het herstel van de barbeel langer dan ik op dat moment verwacht. Dit kan wel eens oplopen tot een kwartier. Ik zet de barbeel nooit in de volle stroming terug. Dan lukt het me namelijk niet meer de vis nog te pakken als deze onvoldoende is hersteld.”


Uiteindelijk visten Frans en Jan Willem twee gezamenlijke sessies aan de IJssel. Beide keren zat het weer niet echt mee. De eerste keer was het niet alleen nat maar ook erg koud en vielen de vangsten tegen. De tweede afspraak was op een regenachtige zaterdagmorgen in half juni. Frans: “Bij aankomst zat Jan Willem al goed in de vis en had hij al een paar kleine barbelen gevangen.

Tijdens het uurtje dat ik bij hem zat, ving hij met de regelmaat van de klok zijn visje. Hij pakte drie barbelen, waarvan de grootste 40 cm lang was. Alle gevangen vissen werden vakkundig geschept en snel onthaakt, waarna ze in het leefnet verdwenen. Het leefnet had een lengte van vier meter en was aan het uiteinde verzwaard met een steen in een plastic zak. Jan Willem viste met een feederhengel.

We zijn eruit... Mits het gebruik van het juiste net kan het wel degelijk .



"Hij bracht zijn montage steeds net over de eerste nering. Zijn tachtiggrams korf was opgesloten in een lus en de haak had hij beaasd met een enkele made. Alle vissen die in het leefnet verdwenen, zwommen meteen richting vermeende uitgang. Het werd me meteen duidelijk dat ook de barbeel goed kon herstellen in dit leefnet. Alleen de eerste ring van het net stond boven water.

De rest lag in ruim en voldoende diep water. Scheepvaart en de stroming leken geen invloed op het leefnet te hebben, dat ruim vijf uur op zijn plaats bleef liggen. Tijdens het legen van het net werden de vissen naar de uitgang geleid, waarna ze allen wegstoven richting de stroming. Ook de witvissen in het leefnet maakten het goed. Ze vertoonden geen rode stressvlekken.”

Frans Vogels & JanWillem Nijkamp