Waar let ik op bij het zoeken naar barbeelstekken

 

 

waterwervelingen

 

Om wat van barbelen en hun gedrag te weten te komen heb ik een paar avonden op internet gesurft. Met een paar gerichte zoekwoorden haalde ik zeer veel informatie binnen. Sommige sloeg ik op, om nog eens na te lezen, van sommige maakte ik aantekeningen. Na een paar avonden had ik een mapje met een 15 tal favoriete pagina's boordevol informatie waar ik mee aan de slag kon.

Barbelen zoek je op stromend water, dat was wel duidelijk. Navraag bij een oud medewerker viskwekerij van de OVB leerde me dat barbeel op stilstaand water niet overleefd. Dan kun je niets anders doen dan dat aannemen. Eind 2008 bekijk ik een dvd uit Engeland, en daarop wordt doodleuk verteld dat barbeel wel degelijk op stilstaand water te houden is. In Engeland kweken ze barbeel, die ze als twee jarige uitzetten in de verschillende rivieren. Een kleine partij wordt nog één jaar langer door gekweekt, en dit worden later meestal de recordvissen die ze daar vangen. Als twee jarige zijn ze 15 cm , als drie jarige 25 cm en al behoorlijk gemest.

 

mooie barbeelstek

 

Terug naar de basis. Stromend water dus. Alle stromend water? Let op! Nog niet. Vanuit Duitsland zijn ze via de Rijn en de Waal Nederland in gekomen. Vandaar uit spreid de barbeel zich razendsnel in andere rivieren in Nederland. De IJssel, Nederrijn, de Lek en zelfs het Amsterdamrijnkanaal worden al barbelen gevangen. Ik verwacht dat de barbeel zich de komende 10 jaar nog verder verspreid. In Limburg op de Grensmaas zitten ze al langer. Vandaar uit zijn ze de Maas al opgekomen en ook de diverse kleine Limburgse beken als de Geul en de Niers en Swalme. Wat zou het mooi zijn als ze de Brabantse beken gingen bevolken. Ik denk dan aan de Essche stroom, de Dommel en de Beerze.

toekomstig barbeelwater ?

 

Terug maar weer naar de basis. Stromend water. Barbeel houdt voornamelijk van een harde bodem, liefst kiezel. En van zuurstofrijk water, dat vindt je waar veel stroming is. Wervelende stroming. En dat is weer gemakkelijk waarneembaar. Water zoekt altijd de weg van de minste weerstand. Vrij vertaald de makkelijkste weg bij stroming. Obstakels onder water worden gemakkelijk genomen. En juist die obstakels vormen vormen de wervelingen die we kunnen waarnemen aan de oppervlakte. Dit zijn de neringen waar ik het vaak over heb in mijn artikelen. Van die obstakels houdt een barbeel nu het meest. Want daar waar obstakels op de bodem liggen heb je aan de achterkant een stil stukje water. Oftewel daar valt het meegesleurde voedsel neer. En het blijft er ook liggen, totdat onze vriend Barbus Barbus langst komt. En langskomen doen ze, want dat is nu juist een zogenaamde barbeelzone. Vertaal ik deze zone naar bijvoorbeeld de Waal, dan vind je die tegen de kop van de kribben. Stromend water zoekt de weg van de minste weerstand. Het water komt tegen de kop van de krib aan. Het gedeelte wat hij als eerste tegenkomt bepaald de verdere stroomrichting. En dat gaat zo door tot het water de zee bereikt heeft. Als ik er gemakshalve van uit ga dat het water de noordkant van de krib raakt, dan krijg je dus aan de zuidkant een soort van tegenstroming. Daar wordt water door de snelheid van de hoofdstroom uit de kribvakken gezogen. Dit veroorzaakt een werveling. Bekijk het als een draaikolk. Deze ( draaikolk) werveling heeft een enorme sterkte en voert dus op de bodem alles wat enigszins mee te nemen is mee. Door deze werveling krijg je dus aan de zuidkant van de krib een gat. Een gevolg van jarenlange uitslijping van de bodem. En niet alleen dat….het veroorzaakt ook een stroming in de kribvakken. Hierdoor krijg je dus dat aan de volgende noordkant van de krib het water deels gesplitst wordt. Het grootste gedeelte vormt de verdere hoofdstroom en een ander gedeelte wordt in het kribvlak getrokken, door de eerder veroorzaakte zuiging aan de vorige krib. Dit gaat zo dag en nacht door.

 

prachtige neringen

 

Tegen elke zuidkant op de kop van een krib ligt dus een uitgeslepen gat. En niet zomaar een gat. Deze kunnen soms wel een diameter hebben van enkele tientallen meters. Het water stroomt over zo'n gat heen, en alles wat zwaarder is dan water en op dat moment meegesleurd wordt door de stroming, komt dus in één van die gaten terecht. Op die plaatsen kun je daarom altijd vis verwachten. In veel gevallen barbeel dus, want dit is ook een barbeelzone. Scheepvaart zorgt er dan weer voor dat de gaten door de zuigingen weer deels leeggemaakt worden. Tijdens zo'n zuiging heb je dus extra wervelingen, en ook extra veel bewegingen op de bodem. Veel voedsel wordt dan verplaatst. Dit is ook één van mijn favoriete momenten. Tijdens de zuiging van een passerend schip krijg ik vaak een aanbeet. Kijk je nu goed naar het water, dan kun je dus ook heel goed de diverse gaten op de bodem “zien” Dit zijn de optische draaikolken op de lijn van kribkop naar kribkop. Heel makkelijk te zien, want deze hebben altijd een andere vorm dan de snelle hoofdstroming en de rustige tussenstroming. Eigenlijk is het niets meer dan een beetje logisch nadenken over hetgeen er onder water gebeurd. Dit vertaald zich aan de oppervlakte en is optisch waarneembaar voor ons oog. Het water kunnen lezen noem ik het ook wel. Iedereen kan het je moet alleen even weten waar je op moet letten.

 

mooi moment

 

Zo zijn er wel meer plaatsten waar een barbeel zich graag ophoudt. Zuurstofrijk water. Ik denk dan aan stuwen, stuwtjes, en oppervlakte niveaus, welke je vaak ziet bij kleine riviertjes als de Ourthe en de Geul. En wat te denken bij die laatste twee achter de grote stenen en rotsblokken die her en der in het water liggen. Omgevallen bomen doen het ook altijd goed op jacht naar barbeel. Kleine stroomversnellingen, maar ook in de luwte van een stroming of neringen verblijven ze graag. Kortom volop mogelijkheden, je hoeft alleen maar goed te kijken. Kijken naar het water, hoe het beweegt, waar de stroming is, waar de wervelingen zijn. Ondiepe wateren leren je het meest. Dan zie je ook meteen waar het water aan de oppervlakte beweegt en waarom.

precies in de nering

 

Eigenlijk is het heel simpel….water zoekt de snelste weg en die van de minste weerstand. Zou alles glad en vlak zijn, dan zou je aan de oppervlakte van het water niets zien. Dat zou dan één strakke vlakte zijn. Ook bij stroming. Weerstanden onder het wateroppervlak maken de wervelingen. Stenen, gras, wier, takken. Simpelweg, daar waar je wervelingen ziet aan het wateroppervlak, daar zijn ook de oneffenheden. En als barbeelvisser ben je juist naar die plekken op zoek.

 

Tijdens de koude periode trekken de barbelen naar de diepere gedeelten. Soms liggen ze met een honderdtal samen in een dieper gedeelte, net achter een grote rotsblok. Stroomt het niet te hard en is het niet te diep, dan kun je een grandioze winterdag beleven. Met de nadruk op kun je…want meestal is dat niet zo. Het is gewoon moeilijker om in de wintermaanden bij de barbeelzone te komen.

ook vissen in de luwte

 

In de zomermaanden ligt dat heel anders. De barbeel ligt dan veel verspreider in het water. Vaak tref je ze dan ook op plaatsen waar je ze niet verwacht. Alhoewel…als je goed nadenkt…Dieren leven met twee redenen, eten en voortplanten. De hele dag zijn ze op zoek naar voedsel. Vergeet niet de natuur zit mooi in elkaar! In de dierenwereld zijn ze vaak een prooi voor een ander. Ze weten dus van elkaar ook precies waar ze elkaar kunnen vinden. Neem als voorbeeld de uil. Muizen leven veelal 's nachts. Muizen zijn ook het hoofdvoedsel van een uil. Daarom “ leven” uilen ook 's nachts en zul je er overdag geen zien. Dan slapen ze…zo ook de muizen. Vertaal dit naar het water. Als het water goed opgewarmd is komen de muggen om hun eitjes te leggen. Deze eitjes worden binnen een paar dagen larven, de verse vase zoals wij ze kennen. Ieder visser weet dat dit het nummer één topaas is onder de natuurlijke ( levende) azen. Waar kun je dan ook de meeste vis verwachten na een paar warme dagen?? Juist…op de ondiepere gedeeltes. Denk ik dan aan de Waal, dan is dat tussen de kribvakken. Speel je daarop niet in, dan is de kans groot dat je naar huis gaat zonder aanbeten. De wind stond verkeerd…..het was te warm….nee, je zat gewoonweg op de verkeerde plaats te vissen, met het verkeerde aas !

 

ook tussen de kribvakken kun je barbeel verwachten

 

Nog een mooi voorbeeld. De Waal is een smeltwaterrivier. Veel smeltwater uit Zwitserland, Oostenrijk en zuid- Duitsland vindt zijn afvoer in de Rijn, later de Waal, later de Merwede en verderop de zee..In het voorjaar wordt het water opgewarmd door de zon. Rond begin mei is de watertemperatuur al opgelopen naar 20-22 graden. Eind mei, begin juni, zie je ineens de watertemperatuur met een graad of 4-5 dalen. Dit wordt veroorzaakt door de massale smelting van de laatste sneeuw- en ijsvlaktes in de bergen in de eerder genoemde landen. Zit je in die periode op de barbeel te vissen op de kop van de krib, dan zal je aas vaak een paar weken onaangeroerd blijven. De vissen voelen die temperatuursverlaging ook goed, en trekken meer naar de warmer blijvende kribvakken. De wind stond verkeerd….het was te warm…nee weer op de verkeerde plaats gevist!

 

Vissen kan moeilijk zijn. En als je bovenstaande leest, en je denkt soms even na, of je let even goed op, dan kan vissen ook heel gemakkelijk zijn. Een kwestie van opletten en nadenken maakt een visdag tot een vangdag! Weet wat er leeft in de natuur, wat er speelt op dat moment, en je zult merken dat de wind niet meer verkeerd zal staan, en het nooit te warm is……

 

het topaas voor alle vissoorten

 

goed opletten wordt beloond

 

een mooi moment.....net op tijd geknipt